Auke's blog
Blogbericht april 2011 PDF Print E-mail

 

Update vorig blog  Voedselproductie, economische crisis en financieel terrorisme

 Onlangs zijn twee interessante berichten verschenen over de stijging van de voedselprijzen van de gevolgen daarvan: 

1 Een onderzoek van over de kwetsbaarheid van de veesector door geopolitieke verschuivingen en prijsstijgingen van bijv. soja: zie hier het persbericht daarover: 

 2 Vandaag, 14 april een persbericht van de Wereldbank dat een niet mis te verstane titel heeft: Voedselprijzen in de gevarenzone

 

In het TV programma Aanpakkers vraagt de interviewer mij of ik geen doemdenker ben als ik vaststel dat we een serieuze kans hebben op honger in Europa. Met bovenstaande artikelen kan ik gerehabiliteerd worden tot realist, lijkt me zo. 

 

 

Blog april 12 2011 

 Voedselproductie, economische crisis en financieel terrorisme

Voor mij persoonlijk zijn de onderstaande nieuwsbronnen erg waardevol. Hoewel ik het met geen van allen helemaal eens ben, of in sommige gevallen twijfel aan hun analyse. Dit is geen website over het financieel systeem, dus ik zal er ook niet te diep op in gaan, maar vooral de implicaties weergeven van hetgeen volgens mij staat te gebeuren. 

Trends Research Institute is het domein van visionair Gerald Celente. Hier ook zijn youtube kanaal.

The Keiser report is een hele goeie show over de uitbuiting door het financieel systeem, met de grote banken en de IMF voorop

The Automatic Earth is een blog die gaat over het financieel systeem en de deflationaire crisis die er aan zit te komen. Zeer goed gefundeerd en gericht op 'het grote verhaal', achter de schijnbaar toevallige gebeurtenissen. 

 

We moeten ons goed realiseren dat er op dit moment een grote aanval plaats vindt op Europa, door vooral de USA.                                                      De beoordelingsbureaus S&P, Fitch en Moody's zijn geen onafhankelijke bureaus en hebben een politiek doeleinde. Wie kan deze bureaus nog serieus nemen: vlak voor het uitbreken van de 'subprime' crisis in 2008 gaven zij de subprime-leningen nog status triple A. Het IMF en de rating bureaus zijn als een groep wolven of aasgieren om Europa aan het cirkelen. Sinds een paar weken komen er geluiden uit het IMF die zeggen dat Griekenland en Ierland eigenlijk failliet moeten gaan omdat ze onder hun schulden zullen bezwijken, terwijl de Europese Unie volhoudt dat er niets aan de hand is. Dat is de eerste barst in het plafond, waarin het voor het eerst duidelijk wordt dat het IMF niet onze bondgenoot is maar de vijand. Want gebeurt er als een 'zwakke broeder' van de EU bezwijkt? Dan krijgen de aandeelhouders een deel van hun leningen niet terug, en wie zijn die aandeelhouders? Voornamelijk Europese banken en pensioenfondsen. Als grote Europese banken failliet dreigen te gaan worden ze gesteund met belasting-miljarden, maar de staatsschuld loopt dan zo gigantisch op dat niemand nog gelooft in een goede afloop.  Deze crisis is ook een politieke crisis, omdat de EU niet bij machte lijkt om zich te verdedigen. 

 

En het vernietigingswapen dat steeds wordt ingezet heet Credit Default Swap. Heeft iemand u wel eens uitgelegd wat een CDS eigenlijk is? Behalve dan de term 'exotisch financieel instrument' of 'financiele innovatie'? Wel, het is een verzekering tegen faillisement, maar dan niet je eigen faillisement, maar dat van een ander! Dus als een ander failliet gaat, krijg jij uitbetaald! Kassa. Dus heb jij er groot belang bij dat die ander failliet gaat.  Dat is precies wat er nu aan de hand is in  Europa. Er wordt gegokt op welk land de volgende is die het loodje legt. En het loodje legt het land dat het vaakst wordt afgewaardeerd door de ratingbureaus. Als dat te vaak gebeurt stijgt de prijs van een CDS voor dat land en de rente van de staatsobligaties gaat omhoog. Je kunt deze Swaps krijgen voor landen, steden, staten en bedrijven. CDS's voor de staat Californie zijn erg duur en dat betekent dat men de kans op faillisement hoog inschat.

 

Het is dus financiele oorlogvoering wat er plaatsvindt, maar wie dat interessant vindt moet maar goed kijken naar de links die ik hier boven heb gezet en ook in de sectie "links" op deze site is natuurlijk nog veel meer te vinden.

 

Maar wat is de link met ons dagelijks eten? Wel, wat hebben we voor landbouw ontwikkeld de laatste decennia? Grootschalige landbouw. Hoe groter hoe beter. En we hebben voor deze vorm van landbouw vooral grote leningen nodig om onze bedrijven draaiende te houden. Als een scenario zoals hierboven zich voltrekt, krijgen Europese banken het zo moeilijk dat ze nog minder geld uitlenen dan ze al doen en gaat die geldkraan dicht. Hierdoor ontstaat er een serieus voedseltekort in Europa! Daarboven op krijgen we de hoge olieprijs waardoor transport te duur is; en de Engelse term 'resource-nationalism' zal ook betrekking gaan krijgen op voedsel. Landen, bijv. Rusland, gaan de export van grondstoffen strategisch inzetten, dwz alleen leveren aan bevriende staten. Op dit moment gebeurt dat al met olie en de oorlog in Libie is daar ook een onderdeel van.  

 

Als je alleen al deze gevaren serieus bekijkt en ziet dat de situatie alleen maar erger wordt en dat er niet wordt gezocht naar echte oplossingen, dan kun je alleen maar tot de conclusie komen dat er grote verschuivingen gaan plaatsvinden. En dat de voedselvoorziening daardoor serieus in gevaar komt. LOKALE LANDBOUW is dan ook het enige echte antwoord. Ik woon in Amsterdam en richt mijn aandacht dus vooral op deze stad. Ik ben volledig gericht op het bouwen van een lokaal voedselnetwerk, dat de klappen kan verzachten. Maar er zijn er slechts weinigen die de urgentie van de situatie inzien en die het ook nog op kunnen brengen om hier positief en constructief mee om te gaan.

 

In Amsterdam Noord zijn interessante dingen aan de gang. Er zijn nu twee speeltuinen waar  moestuinen opgezet zijn, er is een groep buren in de Banne die moestuinen aanleggen en er is een boerderij De Stadshoeve waar een moestuin is. Dat lijkt een eerste aanzet tot een lokaal systeem, waar wellicht een basisschool mee kan gaan doen en als er dan ook trainingen worden gegeven voor balkontuinieren, dan zou je iets kunnen als: 'Van Balkon tot Boerderij'.

Nogmaals, er is een begin en ik hoop daar dit jaar verder mee te komen. Daarnaast zijn er 9 tuintjes opgezet in Transvaal waarvan een aantal moestuinen. Zelf ben ik verder betrokken bij Cityplot, van waaruit ik ook workshops organiseer, in samenwerking met Valerie Turner. Zij is ook werkzaam op de moestuin van de Stadshoeve. Al deze en andere projecten staan ook links onder de kop Stadslandbou in Amsterdam.

 

Ik wil graag in contact komen met mensen, bijvoorkeur uit amsterdam, die dit hele idee van een lokaal voedsel systeem op een ander plan kunnen tillen en daar ook een bijdrage aan kunnen leveren. Daarnaast vind ik het leuk om ideeen, ervaringen etc. uit te wisselen en heb bedacht dat ik leuke emails zal posten in dit blog en dat ik daar dan op antwoord, zodat er dus eigenlijk een echt forum ontstaat. Maar dan wel zonder al het gescheld:)

Lijkt je dat leuk, stuur dan je mail naar This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it

 

Bedankt voor het lezen

 

 

 

Blogbericht 18 juni 2009

 

Een hek of geen hek, dat is de vraag...

 

17 juni jl, vond er in Dordrecht een bijzonder symposium plaats, namelijk over Buurtmoestuinen. Er zal een uitgebreid verslag van gemaakt worden en dat zal ik tzt op deze website plaatsen. Ik ga dus geen verslag uitbrengen, maar ik pluk er een interessant thema uit dat telkens terugkeerde en de aanwezigen verdeelde. De titel zegt het al: wel of geen hek! en als je dan een hek neemt, moet ie dan hoog zijn of mag het ook een klein hekje of haagje zijn?

In de voorbeelden die besproken werden tijdens het symposium ging het over twee buurtmoestuinen, die beide binnenkort op  de website zullen verschijnen: De Crabbehof in Dordrecht en de Poptahof in Delft. De Crabbehof heeft wel een hoog hek en de Poptahof niet en daar zijn geen noemenswaardige incidenten van vernieling of diefstal te melden. Aanvankelijk had de Crabbehof ook geen hek, maar toen was er wel sprake van diefstal en vernieling, waardoor de tuinders aandrongen op een hoog hek en dat kwam er. Dus bij de ene tuin is het wel nodig en bij de andere niet. Interessant. Wat maakt nu dat je tuin wel of geen hoog hek nodig heeft

De voordelen van het niet nodig hebben van een hek zijn overweldigend:

1 De kosten. Een hoog hek is verreweg de grootste kostenpost van een buurtmoestuin en kan makkelijk roet in het eten gooien.

2 Acceptatie van de buurt. Een hoog hek schrikt af en daardoor kan er verzet ontstaan tegen de tuin en dan heb je een serieus probleem.

Het plaatsen van een hoog hek kan dus je hele buurtmoestuin verzieken door bovenstaande problemen, maar evengoed kan het niet hebben van een hek je tuin verzieken door diefstal en vernieling. Dit symposium heeft op deze problematiek een verhelderend licht geschenen.

Er zijn namelijk cruciale verschillen tussen de twee tuinen die dit verklaren. De tuin in de Poptahof ligt tussen de flats in waar de deelnemers wonen. De deelnemers en hun buren kijken dus op hún tuin. De kinderen die in die flats wonen laten het wel uit hun hoofd om het te vernielen, omdat er altijd wel iemand is die gezien heeft 'dat het die etter van nummer 18 was'. Het lage hekje dat er staat, vormt geen uitdaging voor rebellerende pubers want het is geen kunst om er wat weg te halen. Niet interessant dus.  Het initiatief om de tuin op te zetten  kwam van één van de bewoners die heel veel moeite heeft moeten doen om de corporatie zover te krijgen mee te werken.

En nu de crabbehof:

De Crabbehof was niet veilig zonder hek. Laten we eens kijken... In de Crabbehof zijn twee tuinen, vlakbij elkaar in de buurt. Beide tuinen liggen onder een flat van ongeveer 30 appartementen, het grenst dus aan één kant aan bewoning. . Nadat er grond geselecteerd was is men in die flat gaan peilen of er animo was voor een moestuintje. Die bleek er niet te zijn! De mensen die uitzicht hadden op de tuinen waren niet echt enthousiast te noemen: er konden geen honden meer uitgelaten worden, de jaarlijkse bbq verloor zijn plaats en de kinderen konden niet meer voetballen. Hoewel de tuin maar een klein stukje van de vrije grond in beslag nam, werd het toch zo ervaren door veel mensen die in de flats woonden. Met andere woorden: de tuin was niet van diegene die uitzicht hadden op de tuin, er was geen sociale controle en dus ontstond er weinig positief contact tussen de bewoners van de flat en de deelnemers aan de moestuin, die allemaal iets verderop woonden. 

Hoewel elke situatie anders is en er geen wetten in steen gegrafeerd kunnen worden, zou je tot de conclusie kunnen komen dat:

hoe meer deelnemers direct uitkijken op de tuin; hoe beter het contact is tussen de deelnemers en de andere bewoners; dus hoe groter het draagvlak binnen de buurt, hoe kleiner de kans dat je een hoog hek nodig hebt.

En iedereen die aan een buurtmoestuin wil beginnen moet zich goed afvragen hoe groot het draagvlak van zijn initiatief in de buurt is, want het ontbreken ervan levert grote problemen op en kan veel plezier bederven.


 

 
Blogbericht 2 PDF Print E-mail

 In deze blog het verhaal van Gerard Wezenberg, die de Buurtmoestuin 'De Witte Vlieg' in Assen heeft opgericht. Een bewogen verhaal dat tot een lichtend voorbeeld kan dienen voor wat er mogelijk is en als iemand contact kan leggen met buurtmoestuin 'De Witte Vlieg' dan zou die een mooi plaatsje kunnen krijgen op deze site.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Buiten de Orde:  link

Moestuin 'De Witte Vlieg' nog steeds niet onkruidvrij


In Assen bewerkt een groep mensen gezamenlijk een biologische moestuin. Moestuinkollektief 'De Witte Vlieg' beleeft dit jaar haar tiende seizoen. De tuinders van het eerste uur zijn, op enkelen na, niet meer actief. Er kwamen anderen voor terug, die voor een korte of langere periode deelnamen. Bij elkaar ongeveer dertig. Elke tuinder met eigen motieven, instelling en ervaring. De coöperatieve beginselen van het 'kollektief' zijn ondanks deze doorstroom van tuinders overeind gebleven en steeds gemodelleerd naar de praktijk. In plaats van individueel tuinieren op een gehuurd perceeltje van een volkstuincomplex kun je ook kiezen voor een gemeenschappelijke moestuin. Het vraagt wel om een bijzondere instelling en organisatie.


Wisselende 'arbeidsomstandigheden'

Bij een lustrum maak je vaak de balans op. Een biologische moestuin zou je kunnen beoordelen op de effectiviteit van het teeltplan, de opbrengsten van diverse groenten, gebreksziekten en de kwaliteit van het bodemleven. In dit artikel wordt vooral stilgestaan bij de organisatie van de moestuin, bij de vertaling van coöperatieve beginselen naar het samen spitten, zaaien, wieden en oogsten. In de afgelopen tien jaar waren die 'arbeidsomstandigheden' namelijk erg wisselend. Moestuin 'De Witte Vlieg' ligt er nu (weer) redelijk bij en voorziet veel mensen van groente. Maar het heeft op enig moment weinig gescheeld of de tuin moest worden opgegeven.
Met onze ervaring wil ik andere tuingroepen een hart onder de riem steken, mocht het hun nu even tegenzitten. Ook aspirant-tuinders die samen aan de slag willen gaan, mogen er hun voordeel mee doen. Voor contact met vergelijkbare tuinen houd ik mij aanbevolen.

De moestuin als context

Uit het kaartje wordt de inrichting duidelijk. Het is een stuk van 2300 m2 op een complex van een vereniging amateur-tuinders, gelegen aan de stadsrand van Assen. De grondslag is een heidepodzol, dus vrij arm en droogtegevoelig. Centraal liggen aaneengesloten de zes bedden, waarop de groenten geteeld worden (rotatie 1 op 6). Elk teeltbed beslaat ongeveer 150 m2. De randen van de moestuin zijn ingeplant met bessenstruiken. Enkele stroken grond zijn gereserveerd voor de mest- en composthopen. Er is een gammele keet voor gereedschap, een kleine bijenstal en een depot voor bouwmateriaal. Verder kan gebruik worden gemaakt van een zwengelpomp. Een kwart van het stuk tenslotte bestaat uit ruigte, met gras en allerhande bloemen, als dekking voor de beestjes. Moestuin 'De Witte Vlieg' ontleent haar naam aan zo'n berucht beestje en aan de locatie (Witten).

De huidige groep tuinders bestaat nu uit vijf vaste leden, twee nieuwelingen en enkele sympathisanten. De zaterdagmorgen is de vaste gezamenlijke 'werkdag'. Het werk wordt ter plaatse verdeeld, aangestuurd door één van de tuinders met een coördinerende taak. Na afloop wordt er geoogst naar behoefte. In principe wordt het hele jaarrond gewerkt, behalve bij zeer extreme weersomstandigheden.

Persoonlijke motieven bij de start

Mijn grootouders van moeder- en vaderskant waren tuinders. Mijn vader had een baan in de grafische beroepsleiding, mijn moeder zorgde voor gezin en huishouden. Voor een volkstuin ontbrak het aan tijd. Bij familiebezoek werd echter steevast over de tuinderij gelopen en besproken welke groente het goed gedaan had op de veiling. Voor de kleinkinderen was het vooral een prachtige speelomgeving. Studerend aan de (toen) Landbouwhogeschool in Wageningen begon ik met groenteteelt in de eigen tuin en raakte eind 70'er jaren betrokken bij de Everwijnsgoed in Renkum. Een enorme boerderij, gekraakt en ontwikkeld tot leerboerderij. Eén van de groepen vrijwilligers bewerkte toen een grote moestuin.
Na die periode heb ik ook eigen volkstuinen gehad, maar het gemeenschappelijk werken bleef trekken. Uiteindelijk lukte het zelfs drie keer om in Wageningen met anderen een groepstuin op te zetten. Inspiratie haalde ik toen uit de kleinschaligheidsbeweging en in het bijzonder de publicaties van Werkgroep 2000 (Katernen 2000).
Afgestudeerd maar werkloos, begon ik in Assen opnieuw met een eigen volkstuin van 80 m2, maar broedde tegelijkertijd op een plan voor een gezamenlijke moestuin. Voor 'minima', zoals ikzelf toen, om goed en biologisch voedsel te kunnen verbouwen. Verschillende vrienden wilden meedoen. Enkele krakers van de Wethouder Buningstraat in Assen zagen het ook wel zitten. Woonstrijd, uitkeringsstrijd en alternatieve projecten….het viel in die tijd allemaal samen.


De coöperatieve beginselen

Er is niet zoveel praktische literatuur over productiecoöperaties. Eén boekwerkje valt daarin op door een bondige uiteenzetting van de 'coöperatieve beginselen', getiteld 'Arbeid in deelgenootschap' door Joh. H. van Gool (1983). Hij onderscheidt er acht, die min of meer voor elke productiecoöperatie gelden. Voor het moestuinkollektief zijn ze ook richtinggevend geweest. Afgezien van de zeer kleine schaal van onze 'productie', is er eigenlijk ook sprake van een productie- en verbruikscoöperatie in één. De tuinders eten immers hun zelfverbouwde groente op.
  1. Vrijwillig lidmaatschap. Iedereen kan lid worden van de groep. Er wordt geen aspirant-status aan nieuwelingen gegeven. Ze werken en beslissen direct mee, maar nemen uit zichzelf vaak een bescheiden positie in tot ze meer vertrouwd zijn met de moestuin en de groep.
  2. Democratisch beheer. Het hoogste orgaan is de Algemene Ledenvergadering. In ons geval de vaste tuindersgroep, die zeker éénmaal per jaar het afgelopen teeltseizoen bespreekt. Lopende zaken worden op de werkdag besproken. Eén tuinder is belast met de coördinatie. Er is geen sprake van een rechtspersoon.
  3. Aandelen bij de leden. Het is een gezamenlijke moestuin. Jaarlijks wordt een kleine contributie / aandeel per tuinder gevraagd in de vaste kosten. Alle gereedschap, zaaigoed, struiken enz. wordt opgevat als gezamenlijk vermogen. Iedereen beseft dat ook tuinders in het verleden hebben bijgedragen aan de moestuin. Ingebracht gereedschap en plantgoed geldt als gift.
  4. Ondeelbare reserve. Het gezamenlijk vermogen is tegelijk onze reserve. Als de moestuin wordt opgegeven, zullen de tuinders geen aanspraak maken op uitkering van een aandeel. Een overschot zal dan waarschijnlijk worden weggegeven.
  5. Winstdeling naar arbeid. Dit wordt vertaald in opbrengstdeling naar arbeid. Gewerkte uren en uitgedeelde groenten werden vroeger nauwgezet bijgehouden. Er wordt gewerkt naar vermogen. De praktijk is dat juist de hardste werkers vaak minder aanspraak maken op de oogst. Inmiddels is er voldoende oogst en neemt iedereen naar behoefte.
  6. Fondsvorming. Vanwege de kleine schaal wordt niet aan fondsvorming gedaan.
  7. Scholing en promotie. Dit heeft betrekking op het coöperatief werken. Er wordt vooral geleerd van elkaar en in de praktijk. Voor meer theoretische scholing bestaat weinig belangstelling. De promotie is daarentegen intensief middels Open werkdagen, deelname aan milieu- en schoolmarkten en mondelinge reclame.
  8. Samenwerking met coöperaties. Er is door de jaren heen regelmatig samengewerkt met andere, coöperatief ingestelde groepen, zoals kraakcafé, Wereldwinkel en LETS-kring.

De eerste periode

Uiteindelijk bracht een gemeenteambtenaar mij op het spoor van een vereniging van amateur-tuinders. Deze vereniging kampte met een teruglopend ledental, maar moest voor de braakliggende percelen wél huur aan de gemeente afdragen. Door een kleine 'ruilverkaveling' waren die percelen bijeengebracht en dat blok werd mij aangeboden voor fl. 0.20 per m2. De vereniging wilde echter wél weer over het stuk kunnen beschikken, mocht het ledental toenemen. Geen leuk vooruitzicht, dus bedong ik een optie (tot 2001) met stilzwijgende verlenging. Ook het contract tekende ik persoonlijk. Van een groep, laat staan rechtspersoon, was immers nog geen sprake. In maart '95 kwam de tuin vrij. Op een moment dat een volkstuinder al de eerste spinazie oogst, moesten wij de tuin nog ontginnen. Het hele stuk was dichtgegroeid met kweekgras.
Een informatieavond in het kraakcafé van de Wethouder Buningstraat moest belangstellenden samenbrengen in de eerste tuindersgroep. Het werd een avond met vrienden en bekenden, die op een enkeling na niet over moestuinervaring beschikten. Wat me nog bijstaat is de uitgebreide toelichting die ik gaf bij de inrichtingsschets, de biologische teelt en de werkorganisatie volgens 'coöperatieve beginselen'. Voor inbreng van anderen was nauwelijks ruimte, wat niet bepaald wervend is. Maar toch: het verhaal stónd en was tot in detail doorgedacht. Wie meedeed hoefde zich alleen fysiek in te spannen en niets te regelen. Dat bleek ook een aantrekkingskracht te hebben.
In de daarop volgende maanden is er enorm veel werk verzet in de ontginning, het inrichten van de moestuin en tenslotte in de teelt van de groenten. Er werd een notitieboekje bijgehouden met de gewerkte uren, verrichte werkzaamheden en geoogste groente. In verzamelstaatjes gaf dat een goed overzicht, onder het motto 'wie niet werkt, zal niet eten'. Als coördinator van het tuinwerk (G) schoot ik overigens erg door, met een veelvoud aan gewerkte uren. Het ingebrachte gereedschap, stek- en pootmateriaal en zaaigoed, kosten voor tuinhuur enzovoorts werd boekhoudkundig verantwoord in het eerste jaarverslag. Misschien wat overtrokken, maar het illustreerde hoe serieus de moestuin werd genomen. Enkele tuinders werden overigens wel geconfronteerd met hun wisselvallige inzet en vertrokken.
In '96 verscheen opnieuw een jaarverslag, nu van een volledig teeltseizoen. Het 'eigen vermogen' bedroeg fl 1.641,27 en nam toe met fl 25,97. Maar dat vermogen bestond voor tweederde uit door enkele tuinders voorgeschoten bedragen en beschikbaar gesteld gereedschap, dus geen 'kollektief vermogen'. Nog een aardig detail: de arbeidsbeloning betrof fl 2,50 per uur.


Werkuren, groentepakketten, assortiment
Twee tabellen uit het jaarverslag '96

De tweede periode

Via een Informatieavond in het voorjaar, de zogenoemde Open werkdagen op de tuin, en presentaties op school- en milieumarkten werden belangstellenden geworven. In de eerste jaren, maar zeker vanaf '98, bleek dat het moestuinkollektief een groot verloop kende. Er ontstond zodoende nog geen vaste tuindersgroep, die de opgedane ervaring kon overdragen op nieuwe leden. De tuinders zelf gaven nooit aan dat de sfeer in de groep aanleiding voor vertrek vormde (integendeel), maar wel de druk die een vaste werkochtend in de week oplevert. Door de Sociale Dienst opgelegde scholing- en werktrajecten, opspelende rugklachten of verre liefdes zorgden voor een netto uitstroom van tuinders.
De groep sympathisanten groeide wel. Er werden wekelijks groentepakketten geleverd aan zeven niet-meewerkende huishoudens. De opbrengsten dienden ter dekking van de vaste kosten voor tuinhuur, zaaigoed en mest. De groentepakketten vergden een steeds grotere inspanning, bijna een extra werkochtend in de week. Uiteindelijk werd in '98 besloten om hiermee te stoppen. Overschotten bij de oogst werden voortaan weggegeven aan vrienden.
Werving van nieuwe tuinders werd nog belangrijker dan voorheen om als groep te overleven. Een reeks informatieavonden in diverse wijkcentra leidde tot een instroom van nieuwelingen, maar deze hadden een andere achtergrond dan de starters. Mensen met werk, voldoende inkomen, een gezin en die wat ouder waren. In het algemeen ook meer gedisciplineerd. Hun motieven om deel te nemen aan de moestuin betroffen het gezamenlijk werken, de ontspanning van fysieke inspanning en de kwaliteit van de zelfverbouwde groente.
Deze tuinders raakten vertrouwd met elkaar en het verloop kwam enkele jaren tot stilstand. Het achterstallig onderhoud aan de moestuin kon geleidelijk worden weggewerkt. Een contributie voorzag nu in de dekking van de jaarlijkse vaste kosten. Opbrengsten van markten waren een aanvullende bron van inkomsten. Het notitieboekje kreeg steeds minder betekenis. Er werd regelmatig en hard gewerkt, maar relatief minder geoogst en gegeten. Op een zeker moment moest de groep zich zelfs de verplichting opleggen om consequenter te oogsten, waarbij overschotten werden weggegeven of ingevroren. Een periode waarin het beginsel van 'werken naar vermogen en nemen naar behoefte' ongemerkt haar intrede deed. Ik kon het als coördinator rustiger aan doen.

De derde periode

Rond '02 trad er een wisseling in de groep op, maar deze doorstroom leidde niet tot een terugval. Integendeel, omdat het onkruid steeds beter beheerst werd, kwam er geleidelijk tijd beschikbaar om de tuininrichting te verbeteren. De mestvoorziening kon goedkoper en efficiënter geregeld worden. De paardenmest werd voortaan tegen transportkosten van fl. 100,- in één vracht van 12 m3 gebracht op een afgesproken moment. Met een groep sympathisanten en ex-tuinders erbij kon zo'n mestberg met kruiwagens in twee dagdelen worden uitgereden op de moestuin. Een afgedankte schaftkeet bleek als nieuw onderkomen niet zo geschikt. Het dak bezweek onder een aantal regenbuien en werd zo een cabrio-model gereedschapberging. Van een boomkweker kwam dertig meter aan betonelementen van een koude bak vrij, zij het zonder bijbehorend glas. Onlangs is echter dit glas ruimschoots en gratis betrokken uit een renovatiewijk in Assen. Mechanisatie doet ook zijn intrede. In plaats van de graspaden te sikkelen of te zeisen wordt nu een tweedehands motormaaier gebruikt. Een kleine freesmachine kan binnenkort ook worden ingezet, maar alleen als het strikt noodzakelijk is om verloren tijd in te halen.
De stadsrand van Assen rukte op. Onze ligging onder hoogspanningsmasten voorkwam een annexatie. Maar het geluid van wind en vogels heeft plaatsgemaakt voor verkeerslawaai.
Er blijven kwetsbare momenten in de 'arbeidsomstandigheden'. Bij het uitrijden en onderspitten van de mest is er behoefte aan extra werkers, zeker bij onvoorspelbaar weer. Een ongelukkige planning van de zomervakanties kan leiden tot een onderbezetting in de groep, juist als het onkruid de overhand kan krijgen. Tegenover dit periodiek tekort aan werkers staat het nog regelmatig optredende 'probleem' van overschotten aan groenten. In '04 is hiervoor een goede oplossing gevonden. Het moestuinkollektief zocht aansluiting bij de LETS-kring in Assen. Overschotten groenten worden in pakketten aangeboden aan de LETS-leden, tegen een vergoeding in 'bartjes'. In perioden met arbeidspieken huurt de groep vervolgens (vaak andere) LETS-leden in. Alleen de prijsstelling vormt een probleem. Een LETS-lid ontvangt 10 bartjes (lees fl. 10,- per uur), wat neerkomt op een vier keer hogere arbeidsbeloning dan die voor een vaste tuinder. Omdat het hier om het verstrekken van overschot gaat en niet om reguliere oogst, is het verschil voor de groep acceptabel.

De levering aan de LETS-kring en vegetarisch huisrestaurant

De LETS-kring Assen bestaat uit ongeveer zestig leden. Goederen en diensten worden uitgewisseld middels 'bartjes'. Moestuinkollektief 'De Witte Vlieg' is de eerste groep die lid is van de LETS-kring. Ons aanbod is de incidentele levering van biologische groentepakketten. Onze vraag is incidentele hulp bij het mest rijden en spitten van de moestuin en bij het wieden.
De 'prijsstelling' van een groentepakket blijft ver onder dat van een Odin-abonnement. Voor een eenpersoons pakket wordt acht bartjes, voor een tweepersoons vijftien bartjes gerekend. Op de maandelijkse (k)letsavond zijn eenvoudig al zo'n zeven pakketten af te zetten. Het aantal LETS-leden dat geschikt lijkt voor het zwaardere werk op de moestuin lijkt overigens beperkt. Tot nu toe loopt het echter goed.
Een ex-tuinder is vorig jaar gestart met een vegetarisch huiskamerrestaurant. Elke laatste zaterdag van de maand kunnen mensen er terecht voor een heerlijke, uitgebreide en luxe maaltijd. Er wordt een kostendekkende prijs voor berekend. De kok koopt vers en biologisch in. Moestuinkollektief 'De Witte Vlieg' geeft de kok van tevoren aan welke groenten ruim voorhanden zijn en levert deze op afroep vers aan. De prijs wordt in overleg bepaald, maar ligt zeker lager dan die van de natuurvoedingswinkel.
De levering van groenteoverschotten aan de LETS-kring en het huiskamerrestaurant zorgt voor extra naamsbekendheid. Uit de groep sympathisanten kunnen zich onverwacht nieuwe tuinders aanmelden.

De toekomst

Moestuinkollektief 'De Witte Vlieg' kan met enige trots het eerste lustrum vieren. In het najaar krijgt het jaarlijkse Oogstfeest op de moestuin een apart karakter, omdat hiervoor ook alle ex-tuinders worden uitgenodigd. De instroom van voldoende nieuwelingen vereist een actieve werving. Naast de levering van groenteoverschotten aan de LETS-kring zal ook een biologisch huiskamerrestaurant van een ex-tuinder maandelijks voorzien worden, tegen een redelijke vergoeding. Mogelijk kan uiteindelijk de contributie voor de tuinders worden afgeschaft. Goede biologische groente voor 'geen geld', alleen door eigen arbeidsinspanning. Er ontstaat meer tijd en ruimte voor de teelt van 'vergeten groenten', voor eigen zaadteelt, voor het verlengen van het teeltseizoen met de koude bakken, voor excursies naar andere tuinen. Een boer met kalveropfok levert inmiddels gratis en regelmatig ruige mest, die direct verwerkt wordt op het land of in de composthopen.
De verantwoordelijkheid van de coördinator kan eindelijk meer worden gespreid over de groep. Er zijn nu tuinders bij die hun vierde seizoen ingaan en daarom ook meer verantwoordelijkheid moeten nemen.
De oorspronkelijke werving onder de 'minima' liep slecht. Het kan plaatsmaken voor solidariteit, want de groenteoverschotten kunnen natuurlijk ook geleverd worden aan een Voedselbank of aan individuele huishoudens. Aan Vluchtelingenwerk en de Vrijwilligerscentrale in Assen is het aanbod gedaan om in het kader van hun project 'Actief voor elkaar' een vluchteling op te nemen in de groep tuinders. Zo kan ook dit netwerk ontsloten worden.
Het stichten van een nieuwe tuin op een stuk grond elders in Assen is zeker nog niet aan de orde. Moestuinkollektief 'De Witte Vlieg' heeft haar handen voorlopig nog vol aan het onkruid en het bij elkaar houden van de groep tuinders. Maar op veel stukken braakliggende grond of anonieme grasvelden in Assen zouden gemeenschappelijke (moes)tuinen als 'De Witte Vlieg' een verrijking zijn.

Gerard Wezenberg

Met dank aan: Ina, Meindert, Joke, Petra, Onyx, Niko, Marcella, Sio, John, Rob, Astrid, Hanneke, Hielko, Johanna, Peter, Janny, Irene, Bonne, Heleen, Inez, Janine, Henk, Helga, Jelle, Alan, Lyda, Erin, Gert, Wim, Jeanette, Jasper en alle symphatisanten.


 
Blogbericht 1 PDF Print E-mail

Amsterdam, 17 mei 2009

 

Wat gaat hier gebeuren…

 

Zo, dit is dan mijn eerste kans om mijn gedachten digitaal wereldkundig te maken.

Deze eerste keer zal ik uitleggen wat mijn bedoeling is met dit blog.

Ik kwam ‘in de ban van de buurtmoestuin’ doordat ik mij verdiep in de mogelijkheden en onmogelijkheden van de huidige economische koers. Zonder daar dieper op in te gaan, op dit moment, lijkt het niet onverstandig om een plan B (en C, D,E, etc) in de kast te hebben liggen. Een soort brandverzekering.

De kracht van de buurtmoestuin is dat het een oplossing biedt voor allerlei soorten problemen waar we mee te maken kunnen krijgen. En in deze blog zal ik steeds op die verschillende aspecten inzoomen.

De buurtmoestuin kan, indien toegepast op grote schaal, een belangrijke rol krijgen in de toekomstige voedselproductie. Vergelijkbaar met de Victorygardens tijdens de Tweede wereldoorlog. Daarnaast kan het ons weer heel belangrijke vaardigheden aanleren, die we door de verwende consumentenmaatschappij vrijwillig hebben verleerd. Deze vaardigheden leren burgers elkaar onderling. De één kan dít, de ander dat…. etc. Naast het aanleren van nieuwe vaardigheden kan iedereen zijn eigen kennis inbrengen en daarmee een nuttige rol vervullen.

Het opnieuw leren samenwerken binnen een buurt of wijk is één van de  allerbelangrijkste uitdagingen waar de komende jaren voor staan. Het zal namelijk bepalen of een buurt leefbaar blijft/wordt of juist niet.

Een ander aspect van de buurtmoestuin is biodiversiteit. Een grote diversiteit van planten, zal het insectenleven helpen om te overleven.

Een buurtmoestuin heeft ook een esthetisch aspect. Mits er geen hoog gevangenishek om heen staat, is het een verrijking voor de buurt.  Kruiden bloeien bijvoorbeeld prachtig en verspreiden een heerlijke geur, waardoor iedereen zich meteen prettiger voelt.

Weer iets anders is het contact tussen culturen. Tijdens recessies ligt de ‘Wereldbeeldvernauwing’ altijd op de loer en wordt al snel het ‘vind de Zondebok-spel’ gespeeld.  Door in je straat samen te werken met je allochtone buurman gaat er wellicht een nieuwe wereld voor je open!

En onze kinderen kunnen weer leren hoe iets groeit en bloeit en waar ons eten eigenlijk vandaan komt.

 

In dit blog zal ik steeds schrijven over wat er gebeurt op al die verschillende terreinen. Per onderwerp is het leuk om de verschillende tuinen te vergelijken. Hoe lossen ze hier bepaalde problemen en hoe pakken ze het daar aan. Ook bij ‘tips en valkuilen’ zal hier veel aandacht aan worden geschonken.

Ik zal vaak schrijven over de ontwikkelingen op de Trompenburg omdat ik daar zelf mee bezig ben.

 

 

Auke bakker

Initiatiefnemer Buurtmoestuin.nl